Reglementen
Materiaal
Meteorologie
Algemeen

Artikel 404 Periodieke inspectie

Lid 1
De periodieke inspectie bestaat uit het openen, inspecteren, vouwen en sluiten van de gehele springuitrusting, met uitzondering van de hoofdparachute.

Lid 2
De periodieke inspectie dient uitgevoerd te zijn door een houder van een Senior Rigger of Master Rigger bevoegdheid. Indien een reserveparachute in het buitenland gebruikt is mag de periodieke inspectie worden uitgevoerd en afgetekend door een houder van een buitenlandse bevoegdheid mits die vergelijkbaar is met Senior Rigger of Master Rigger. Lid 4 blijft onverminderd van toepassing.

Lid 3
De sluiting van de container van de reserveparachute dient na het vouwen te worden voorzien van een verzegeling met identificatienummer van de persoon die verantwoordelijk is voor deze verrichting. De datum van de periodieke inspectie dient op de logkaart te worden afgetekend met herkenbare en onuitwisbare vermelding (naam, riggers- identificatienummer, paraaf, plaats) van degene die de handeling heeft verricht

Lid 4
De periodieke inspectie vervalt na 6 maanden. Indien de reserveparachute eerder wordt gebruikt, vervalt de periodieke inspectie na dit gebruik.

Lid 5
De periodieke inspectie vervalt bij wijziging van de samenstelling van de springuitrusting met de volgende uitzonderingen:

  • de AAD, indien die van een dezelfde fabrikant is, en compatibel/soortgelijk is.
  • bij het omwisselen van hoofdparachutes, eventueel inclusief de verbindingen met het harnas en het openingssysteem (bag, bridle, pilot-chute) indien naar het oordeel van een houder van een geldige bevoegdheid instructeur, Senior Rigger of Master Rigger de te gebruiken verbindingen passen bij het harnas en de hoofdparachute en het openingssysteem compatibel zijn met de te gebruiken container.
  • Het passagiersharnas van een tandemuitrusting.
  • Het AO openingssysteem.